Wie was Dr Schüssler?
Dr. Wilhelm Heinrich Schüßler werd geboren op 21 augustus 1821 in Bad Zwischenahn. Hij groeide op in een eenvoudig milieu en was hoogbegaafd. Hij slaagde erin op jonge leeftijd door zelfstudie talrijke vreemde talen te leren, maar zijn interesse ging uit naar de geneeskunde. Dankzij de steun van zijn broer kon Schüßler medicijnen gaan studeren en hij rondde zijn studie af op 36 jarige leeftijd. Na het behalen van zijn diploma vestigde Schüssler zich als arts in Oldenburg.
De op 13 oktober 1821 geboren Rudolf Carl Virchow ontwikkelde zich als arts en wetenschapper en deed vele belangrijke ontdekkingen op medisch gebied. Zo ontdekte hij o.a. dat ons lichaam bestaat uit een veelvoud van kleine bouwstenen: de lichaamscellen. Goed functioneren van deze kleine bouwstenen is de voorwaarde voor een goede gezondheid.
Schüßler was erg onder de indruk van deze ontdekking van Virchow en startte een onderzoek naar wat cellen gezond houdt. Elke cel heeft behoefte aan een specifieke voedingsstof, die werd herkend als mineraalstof, ook wel celzout genoemd. Wanneer een cel niet voldoende bouwstoffen heeft, beïnvloedt dit de prestatie van de cellen. Schüßler leerde te werken met celzouten en heeft zo 12 celzouten beschreven. Hij leerde ook dat tekorten aangevuld konden worden door inname van de celzouten.
Tekorten aanvullen
De celzouttherapie van Schüßler is er op gericht het door overbelasting optredend tekort aan celzouten aan te vullen. Wanneer de 12 celzouten in de juiste verhouding en op de juiste plaats aanwezig zijn in het lichaam, kan het lichaam optimaal functioneren.
Door de geopatische belastingen en energetische klachten ontstaan er tekorten in de cellen en hieruit vloeien allerlei klachten voort op fysiek, energetisch, psychisch en emotioneel niveau. Door gebruik te maken van de celzouten (tabletten) vul je de tekorten aan en merk je dat je lichaam weer beter gaat functioneren. In onze praktijk gebruiken wij de celzouten als een aanvulling en bereiken daar goede resultaten mee.
Overzicht celzouten 1 t/m 12
| Nr. 01 - Calcium fluoratum |
| Nr. 02 - Calcium phosphoricum |
| Nr. 03 - Ferrum phosphoricum |
| Nr. 04 - Kalium chloratum/muriaticum |
| Nr. 05 - Kalium phosphoricum |
| Nr. 06 - Kalium sulfuricum |
| Nr. 07- Magnesium phosphoricum |
| Nr. 08 - Natrium chloratum / muriaticum |
| Nr. 09 - Natrium phosphoricum |
| Nr. 10 - Natrium sulfuricum |
| Nr. 11 - Silicea |
| Nr. 12 - Calcium sulfuricum |
